zaterdag 28 december 2013

'Heb je mijn app gezien?'

'Heb je mijn app gezien?' hoorde ik een vrouw aan iemand naast haar vragen. Ik keek nieuwsgierig naar de vrouw, want ze zag er niet uit als iemand die software voor smartphones maakt. Ik vroeg me af of ik een aankondiging had gemist van een nieuwe website die werkelijk ie-der-een in staat zou stellen software te maken.

Het antwoord van haar gesprekspartner voldeed niet aan mijn verwachtingen; het leek in de verste verte zelfs niet op één van de mogelijke reacties die ik in mijn hoofd had. Toen drong het tot me door dat ze een bericht bedoelde dat via WhatsApp was verstuurd.

Ik heb het sindsdien veel vaker gehoord en word er iedere keer een klein beetje misselijk van. Ik ga ervan uit dat 'een whatsapp' (analoog aan 'een SMS') niet lekker klinkt en dus is verkort tot 'een app', maar het blijft raar als je het woord 'app' gebruikt om software aan te duiden.

Een ander 'woord' waarmee ik veel meer moeite heb is 'digibeet'. Het gaat over iemand die niets van computers weet en wordt gebruikt door mensen die niets van taal weten.

Nu weet ik zelf ook maar weinig van taal, maar ik begrijp dat het woord 'analfabeet' is opgebouwd uit 'an' (of 'a'), dat niet of zonder betekent en 'alfabet', of iets wat daarop lijkt. Het woord betekent ongeveer 'zonder alfabet', dus ongeletterd.

Het woord 'digitaal' is trouwens afgeleid van het Latijnse 'digitus', dat vinger betekent. 'Digitaal' heeft te maken met het numeriek verwerken van gegevens.

Als je uitgaat van het woord 'analfabeet' en je wilt iemand benoemen die niets van computers of digitale dingen weet, hoe maak je daar dan een woord voor? Je laat het voorvoegsel 'an' (dus niet of zonder) vervallen en je laat ook de eerste helft van 'alfabeet' vervallen. Je houdt dan de nietszeggende tweede helft 'beet' over en daar plak je dan 'digi' voor. Tenminste, als je niets van taal weet.