zondag 4 november 2012

Tutoyeren en vousvoyeren

In sommige situaties word je met "u" aangesproken en in andere situaties wordt u met "je" aangesproken. Uiteraard is dat niet alleen van de situatie, maar ook van de gesprekspartner afhankelijk.

De twee aanspreekvormen kunnen verschillende reacties oproepen, afhankelijk van de fase waarin je je bevindt. Ik denk dat er vier fasen zijn, die elkaar in het leven opvolgen.

Fase 0

Fase 0 is niet zo interessant. Hij begint bij de geboorte en duurt voort zolang je met "je" wordt aangesproken. Je vindt dat heel gewoon en denkt er dus niet over na.

Fase 1

Fase 1 is veel leuker: deze fase begint als iemand voor het eerst "u" tegen je zegt. "Wauw", denk je dan, "ik heb het gemaakt!". Je krijgt het respect van een volwassene en vindt dat niet meer dan terecht. Daarna gaat het af en toe nog wel eens mis, maar langzamerhand kun je eraan gaan wennen: je bent een "u" geworden.

Fase 2

Het begin van Fase 2 is nooit duidelijk. Je wordt nog altijd met "u" aangesproken, maar je voelt je af en toe een beetje oud. Stilletjes ontstaat de wens dat men je vaker als een "je" inschat.

Fase 3

En dan Fase 3. Je voelt je nu echt oud en de omgeving twijfelt daar ook niet meer aan. Het respect is langzaam weggevloeid en je hoort ineens iemand zeggen: "Ga jij eens effe aan de kant, opa!"

Wat te doen?

De laatste fase kan slechts met veel doorzettingsvermogen en geduld worden tegengegaan en wel door middel van de opvoeding. Graag citeer ik een bekende Nederlandse band, die in de jaren tachtig zong:
Spreek met twee woorden,
stel je netjes voor,
eet zoals het hoort
en zeg "U"!